Een vreemde vogel

‘Ik ben uit mijn nest gevallen’, huilde de vreemde vogel. Daar lag hij midden tussen de eieren op de grond. Je kon goed zien dat hij een flinke smak had gemaakt. Zijn groene veertjes zaten vol met blauwe plekken, hij had een barstje in zijn snaveltje en in zijn rechter pootje zat een vreemd knikje.
Het was een harde klap geweest en de vreemde vogel was er verdrietig van. Hij begon nog harder te huilen. Hoog in de boom was zijn nest, maar hoe hard hij ook huilde, geen vogel keek over het randje. Er was zeker niemand thuis.

Omdat er toch niemand was die hem hoorde, hield de vreemde vogel op met huilen. Ik moet toch ergens een nest vinden, zei hij tot zichzelf. Vogels horen in nesten, dus ik ga zoeken naar een nest. En zo ging hij op weg. Soms struikelde hij door dat vreemde knikje in zijn pootje. Dan viel hij voorover op zijn gebarsten snaveltje en kwam er weer een blauw plekje op zijn groene veertjes bij.

Eindelijk kwam hij aan bij een grote boom. Hoog in de boom was een nest. Je kon de vogels erin duidelijk horen kwetteren. ‘Hallo’ riep de vreemde vogel een beetje aarzelend, ‘hallo, mag ik bij jullie in het nest komen?’ Een kanariepietje keek over de rand van het nest. ‘Waar kom jij vandaan?’, vroeg de kanarie. ‘Dat weet ik niet’, antwoordde de vreemde vogel. ‘Kun je zingen?’, vroeg het kanariepietje. ‘Nee,’ zei de vreemde vogel, ‘dat heb ik nog nooit gedaan. Bovendien heb ik een barstje in mijn snavel.’ ‘Je weet niet waar je vandaan komt, en je kunt niet zingen want je hebt een barstje in je snavel ‘, zei het kanariepietje. ‘Jij bent een vreemde vogel. Het spijt me, maar zo kom je er bij ons niet in. Probeer het maar ergens anders.’ Dus ging de vreemde vogel het ergens anders proberen.

Na lang zoeken vond de vreemde vogel een ander nest. Het lag verscholen tussen het riet aan de waterkant. ‘ Waar kom jij vandaan?’, vroeg de zwaan.’ Ik wou dat ik het wist’, zuchtte de vreemde vogel. ‘Hoe kom je aan die groene veren met die rare blauwe plekken?’, vroeg de zwaan. De vreemde vogel raakte helemaal in de war. Hij wist niet meer wat hij moest zeggen. ‘Jij komt er niet in’, zei de zwaan streng. ‘Wij zijn de mooiste vogels die er bestaan. Kijk maar eens naar onze mooie witte veren. Jij past niet bij onze stand’. De zwaan begon boos en deftig te blazen en de vreemde vogel maakte dat hij weg kwam.
De vreemde vogel ging maar gauw verder.

En zo ging de vreemde vogel van nest tot nest. Ieder keer werd hij weggestuurd. Nergens hoorde hij bij. Hij wist niet eens waar hij vandaan kwam. Hij werd er steeds verdrietiger van en ook een beetje boos.
Weet je wat, dacht hij, als ik bij niemand in het nest mag, ga ik zelf wel een nest bouwen. Hij vond het wel een goed idee van zichzelf. Maar als je niet weet uit wat voor nest je komt is dat heel erg moeilijk. Het werd dan ook wel een beetje een raar nest. Het hing scheef in de struiken en er zaten gaatjes in de bodem. ‘Ziezo, ’zei de vreemde vogel, ‘dat is klaar. Nu heb ik lekker een eigen nest.’ Hij klom zijn nest in, liet zijn pootjes door de gaatjes steken en keek eigenwijs in het rond.
Nestgeuren P. Weisfelt

Voel jij je soms ook zo’n vreemde vogel? Weet je niet goed wie je bent en wat je kunt? Waar je vandaan komt en hoe je verder kunt gaan?  Tijdens Pastorale Coaching zoeken we jouw antwoorden bij deze vragen. Je leert jezelf beter kennen en goede keuzes maken, zodat je vanuit rust en met vreugde leven kunt.